Guillotine
Guillotine


Guillotine
Bij guillotines denken we al gauw aan Frankrijk. Niet zo gek, want de guillotine is een Franse uitvinding. Het apparaat werd voor het eerst in 1792 tijdens de Franse Revolutie ingezet om een ter dood veroordeelde te onthoofden. Tijdens het keizerrijk van Napoleon Bonaparte introduceerden de Fransen de guillotine in door hen veroverde gebieden, waaronder Nederland. Op 1 maart 1811 werd in Nederland het Franse strafwetboek, de Code Pénal, ingevoerd. Tot die tijd was onthoofding door het zwaard het ‘privilege’ van de elite: de gewone man of vrouw werd gehangen of gewurgd.
De invoering van de guillotine was ook bedoeld om de doodstraf op een humanere wijze dan voorheen te voltrekken, ‘zo effectief en pijnloos mogelijk’, aldus een Frans decreet. De eerste executie met een guillotine in Nederland vond plaats in Utrecht op 27 juli 1811. In Den Haag is de guillotine in de jaren 1812-1813 twee keer ingezet. Het apparaat is niet bewaard gebleven.
De hier getoonde guillotine is vermoedelijk begin negentiende eeuw in Frankrijk vervaardigd. In 2016 wist het museum dit bijzondere object aan te kopen. De machine is niet helemaal compleet. Er mist namelijk nog een bijltje, voor als de executie in eerste instantie niet lukte.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend, vermoedelijk in Frankrijk of Italië
- Datering: ca. 1800-1850
- Objectnummer: 370
- Materialen: eikenhout, verf, metaal, touw
- Afmetingen: 300 bij 100 cm
Steen van de eeuwige drup
De steen van de eeuwige drup


De steen van de eeuwige drup
Ook museumrondleiders hebben het niet altijd bij het juiste eind. Dat bewijst dit hardstenen blok met drie uitgeholde gaten. Al in 1832 vertelden rondleiders van de Gevangenpoort dat het hier om een martelmethode zou gaan: de ‘steen van de eeuwige drup’. Gevangenen zouden gefolterd zijn door met een zekere regelmaat een druppel water op hun hoofd te laten vallen. Dat maakte de gevangene uiteindelijk krankzinnig of zou zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben. Het constante gedruppel zou er voor gezorgd hebben dat de drie gaten in de steen zijn gesleten.
Nader onderzoek heeft echter uitgewezen dat het hier om een mythe gaat. In werkelijkheid is de steen een zogeheten duimsteen, waarin een ijzeren deurscharnier was bevestigd. Het is daarnaast zeer onwaarschijnlijk dat dit een drupsteen zou zijn, omdat foltering met waterdruppels hier niet tot de gangbare martelmethoden behoorde. Omdat de mythe van de ‘eeuwig drup’ al meer dan 150 jaar deel uitmaakt van het verhaal dat in de Pijnkelder werd verteld en veel mensen er naar blijven vragen, is de steen niet verwijderd. Wel wordt tegenwoordig uitgelegd dat de steen eigenlijk niet in het museum thuishoort en bij toeval in de collectie terecht is gekomen.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1500-1600
- Objectnummer: 095
- Materialen: steen
- Afmetingen: 16 bij 57 cm
Vingerklem
Vingerklem


Vingerklem
In de collectie van de Gevangenpoort bevinden zich vier van dit soort vingerklemmen, ook wel duimschroeven genoemd. Daarnaast zijn er nog dertien ledemaatklemmen. Deze martelwerktuigen konden door de beul of scherprechter gebruikt worden bij een zogeheten ‘scherp verhoor’: een verhoor waarbij de verdachte gefolterd werd met het doel hem een bekentenis te laten doen. Hoe gruwelijk ook, het gebruik van tortuur was niet willekeurig: het mocht alleen in specifieke omstandigheden worden toegepast en was aan allerlei regels gebonden. De zegswijze ‘iemand de duimschroeven aandraaien’ herinnert nog aan deze gruwelijke martelmethode.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1600-1700
- Objectnummer: 196
- Materialen: ijzer
- Afmetingen: 8,9 bij 13 bij 3 cm
Nek- en armblok
Nek- en armblok


Nek- en armblok
Het onteren of vernederen van misdadigers was een belangrijk onderdeel van de strafpraktijk in vroeger eeuwen. Dat gebeurde onder meer door een veroordeelde misdadiger letterlijk ‘te kijk’ te zetten op een drukbezochte plek, zoals op een markt of voor het stadhuis of de kerk. Met een nek- en armblok werd een misdadiger op zo’n publieke plek te pronk gezet, vaak met een bord of brief om de nek waarop het betreffende vergrijp stond geschreven. Een vernederende straf, want het ‘publiek’ mocht de veroordeelde naar willekeur bespotten en zelfs met vuil bekogelen.
Dit nek- en armblok dateert van ca. 1650-1750 en is afkomstig uit Amsterdam.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1650-1750
- Objectnummer: 078
- Materialen: hout, ijzer
- Afmetingen: 59 bij 22 cm
Rasp
Rasp


Rasp
Deze rasp is afkomstig uit het Rasphuis in Leiden. Gevangenen moesten voor straf met dit soort raspen tropisch hardhout uit Brazilië versnipperen. Het geraspte hout diende als grondstof voor de verfindustrie.
Het opsluiten van gevangenen in tuchthuizen was aan het einde van de 16de eeuw een nieuwe ontwikkeling. Tot die tijd vond men dat misdadigers alleen gestraft moesten worden. De tuchthuizen waren erop gericht om de gevangene te heropvoeden door hem of haar orde en tucht bij te brengen. ‘Wilde beesten moet men temmen’, staat nog altijd op de toegangspoort naar het voormalige Rasphuis in Amsterdam. In de praktijk kwam van heropvoeden weinig terecht en waren de tuchthuizen vooral een aantrekkelijke bron van goedkope arbeidskrachten.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: 1600-1750
- Objectnummer: 068
- Materialen: hout, ijzer
- Afmetingen: 108 bij 12 cm
Dievenvanger
Dievenvanger


Dievenvanger
Waar tegenwoordig handboeien worden ingezet om arrestanten in te rekenen, gebruikte men in de zeventiende en achttiende eeuw zogeheten ‘dievenvangers’. Dit werktuig werd om de hals van de ‘dief’ gedaan. Door de lange steel kon de arrestant op afstand worden gehouden en de punten aan de binnenzijde van de band maakten verzet plegen zeer pijnlijk.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1600-1750
- Objectnummer: 066
- Materialen: ijzer, hout
- Afmetingen: 253 bij 21 cm
Brandijzer
Brandijzer



Brandijzer
Brandijzers werden gebruikt om misdadigers te straffen. Een gloeiendheet brandijzer werd op het lichaam van een veroordeelde, meestal het gelaat, geplaatst om zo een brandmerk achter te laten. Door het brandmerken was een misdadiger dus blijvend als zodanig te herkennen. Een letterlijk stigmatiserende straf dus, die ook een afschrikwekkende functie had als ‘spiegel ende exempel van allen anderen’. De straf werd in de 14de eeuw vooral toegepast in gevallen van bedrog en vervalsing, later ook voor diefstal, landloperij en prostitutie. Pas in 1854 is het brandmerken in Nederland officieel afgeschaft.
Iedere stad had zijn eigen brandmerk, meestal het stadswapen of de eerste letter van de naam van de stad. Dit exemplaar toont de Gelderse leeuw uit het wapen van Venlo. In de collectie van de Gevangenpoort bevinden zich 40 van dit soort brandijzers, afkomstig uit verschillende Nederlandse steden en daterend van de tweede helft 17de eeuw tot het midden van de 19de eeuw.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1650-1750
- Objectnummer: 026
- Materialen: hout, ijzer
- Afmetingen: 43 bij 7 cm
Drinkglas Willem Fonck
Drinkglas Willem Fonck


Drinkglas Willem Fonck
Dit bijzondere glas is een herinnering aan de gevangenschap van Willem Fonck, die in 1596-1597 in de Gevangenpoort heeft verbleven. Willem Fonck was afkomstig uit Brugge en werd in 1596 in Amsterdam aangehouden. Uit documenten die hij bij zich had, meende men op te maken dat hij door aartshertog Albert, gouverneur van de Zuidelijke Nederlanden, was gestuurd om overleg te plegen met de graven van Oost-Friesland. De Republiek der Verenigde Provinciën was op dat moment in oorlog met Spanje en de Zuidelijke Nederlanden en men vreesde nadeel van de missie van Fonck. Op verdenking van spionage werd hij overgebracht naar de Gevangenpoort, waar hij bedreigd werd met tortuur. Door tussenkomst van landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt kwam hij uiteindelijk op vrije voeten: hij werd geruild tegen een krijgsgevangene die in Den Bosch zat.
Op het glas is een wapen met een steigerende ram en daarboven een helm afgebeeld. Boven en onder het wapen verwijzen inscripties naar de gevangenschap van Fonck: ‘Gaudet Patientia Duris’ (Latijn: “geduld verblijdt zich in lijden”) en ‘Willem Fonck gevangen op die voerpoirte en Die Haghe, den 22 april 1596’.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1597-1600
- Objectnummer: 292
- Materialen: glas
- Afmetingen: hoogte 14 cm, diameter 10 cm
Houten beulszwaard
Houten beulszwaard


Houten beulszwaard
Een beulszwaard van hout lijkt niet erg praktisch bij het uitvoeren van een onthoofding. Daar was dit achttiende-eeuwse houten zwaard dan ook niet voor bedoeld – het had een zuiver symbolische functie. De beul of scherprechter gebruikte het om op het schavot drie keer boven het hoofd van een veroordeelde te zwaaien: het teken dat hem gratie was verleend. Voor zover bekend is dit houten zwaard (afkomstig uit Utrecht) het enige bekende exemplaar dat in Nederland bewaard is gebleven.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1700-1800
- Objectnummer: 005
- Materialen: hout
- Afmetingen: 112 bij 8 cm
Schandbord
Schandbord


Schandbord
‘Naming and shaming’ is van alle tijden. Alleen waar het tegenwoordig vooral als een negatief verschijnsel wordt gezien, was het vroeger een integraal onderdeel van de strafpraktijk. Schandstraffen hadden tot doel om (kleine) wetsovertreders in hun eer aan te tasten door ze letterlijk te kijk te zetten op een drukbezochte plek, zoals een markt of voor de kerk of het stadhuis. In de middeleeuwen kregen misdadigers een strop of een roede om de nek gehangen, of een brief waarop hun misdaad beschreven stond. Later kwamen meer duurzame, houten schandborden in gebruik. De Gevangenpoort heeft een uitgebreide en unieke collectie negentiende-eeuwse schandborden, waarvan sommige heel specifieke misdaden beschrijven.
Specificaties
- Vervaardiger: onbekend
- Datering: ca. 1800-1850
- Objectnummer: 241
- Materialen: hout, verf, inkt
- Afmetingen: 28 bij 62 cm








