Hoe het verhaal van Den Haag als stad van Recht en Vrede begint met het verhaal van de Gevangenpoort

Den Haag staat wereldwijd bekend als baken van het internationale recht. Hier wordt recht gesproken om de internationale vrede veilig te stellen. Om personen aan te pakken die die vrede in gevaar hebben gebracht en om geschillen tussen staten op vreedzame wijze op te lossen. Dat recht heeft zijn wortels in de 16e eeuw, toen Hugo de Groot speelbal werd van een politieke strijd.

Gedelegeerden Vredesconferentie op trap Huis Ten Bosch, A. v/d Grient, 1899, Haags Gemeentearchief
Vredespaleis, 1933, Haags Gemeentearchief
Vredespaleis. Foto: denhaagvredeenrecht.nl
Hugo de Groot, Michiel Jansz. van Mierevelt (atelier), 1631, Rijksmuseum

Eerste internationale vredesconferentie in Den Haag

Bij de Eerste Haagse Vredesconferentie in 1899 kwamen 26 landen van over de hele wereld voor het eerst bij elkaar, om te praten over ontwapening en internationaal geldende rechtspraak. Den Haag heeft zijn huidige naam als ‘Stad van Vrede en Recht’ te danken aan de vele organisaties die zich hier sindsdien hebben gevestigd. Zoals het Vredespaleis, het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Maar het denken over internationale vredesafspraken gaat al vele eeuwen terug.

Al in de 16e eeuw voortrekkersrol bij streven naar internationale vrede

Een van de grondleggers van het internationale recht is Hugo de Groot. In de 16e eeuw hield hij als advocaat-fiscaal namens het Hof van Holland toezicht op de Gevangenpoort. Zijn drive om te pleiten voor internationale afspraken over oorlog en vrede komt voort uit zijn ervaringen bij het Hof van Holland en later zat hij als politiek gevangene zelf opgesloten in Slot Loevestein. Des te kritischer is hij over vorsten en regenten die hun belang bij het voeren van oorlog stellen boven het belang van vrede voor de bevolking.

‘Nooit meer oorlog’, de slogan van het Nationaal Herdenkingscomité 4 en 5 mei, had van hem kunnen zijn.

Wat mag en wat mag niet in oorlogstijd?

In de jaren na zijn gevangenschap verschijnt zijn boek Het recht van oorlog en vrede (1625). Het is onmiddellijk een groot succes. Sindsdien zijn meer dan 100 uitgaven in vele talen verschenen, waaronder Russisch en Chinees. In zijn boek gaat Hugo De Groot in op vragen die nog altijd actueel zijn: wat is oorlog? Wat is recht? Wie heeft wanneer het recht om oorlog te voeren? Wat mag en wat mag niet in oorlogstijd? Iedereen is gebaat bij vrede, is zijn rotsvaste overtuiging. Daarom moet er een internationaal erkend recht op vrede voor alle volkeren komen, met regels over wanneer er toch oorlog mag worden gevoerd. Ook moet er boven alle landen een organisatie komen om zaken te regelen als onderdeel van het volkenrecht – het huidige Internationale Hof van Justitie in Den Haag. Hugo de Groot geldt nu als grondlegger van het internationale en volkerenrecht.

Andere verhalen