Alleen zo kon je uit de Gevangenpoort ontsnappen

Een zomerse zondagavond in 1722. De cipier van de Gevangenpoort loopt zijn laatste rondje langs de cellen. Het lijkt rustig, de gevangenen zijn stil. De volgende ochtend wordt hij wakker door hard gebonk op de poort: voorbijgangers wijzen hem op het gebroken raam aan de straatkant. Het enige dat hij nog ziet is een stukje afgescheurde kleding, wapperend aan een spijker…

IJzerkamer in de Gevangenpoort. Foto: Kees Hageman
Ontsnapping van de hertog van Beaufort in 1648, Caspar Luyken, 1699. Collectie Rijksmuseum

Vluchten uit de gevangenis

Uit de gevangenis ontsnappen: het levert de mooiste verhalen op. Tegenwoordig kan je het ook zelf proberen, in zogenoemde Escape Rooms. De Gevangenpoort heeft die echter niet: de eeuwenoude gajoolen zijn daarvoor zowel te uniek als te kwetsbaar. Maar velen hebben het hier geprobeerd – en met succes! Gedurende de 400 jaar die de Gevangenpoort dienst deed, probeerden mensen voortdurend te vluchten.

Gevangenispersoneel als zwakke schakel

Voor ontsnappen is het hebben van medeplichtigen erg handig. Soms kwam die hulp van buitenaf, maar opvallend vaak vormde het personeel van de Gevangenpoort de zwakke schakel. Zoals het dienstmeisje Jannetje van Egeren. Zij werkt in 1679 in de Gevangenpoort en laat zich omkopen door Abraham de Wicquefort. Hoe dit verhaal afloopt doet denken aan het huidige strafrecht: vluchten zelf is (gek genoeg, volgens velen) niet strafbaar, daarbij helpen wel. De Wicquefort wordt nooit meer gepakt. Jannetje wordt uiteindelijk door haar eigen man aan justitie overgeleverd. Hij strijkt de beloning op, zij krijgt een openbare geseling en zes jaar tuchthuis.

Met zaag en zuur de tralies ontzetten

Terug naar 1722. Eén van de meest spectaculaire ontsnappingen met hulp van externe handlangers is die van de markiezin van Chateaumourand. Deze dame heet eigenlijk Cato Marron en is lid van een oplichtersbende. Maar omdat ze volhoudt van adel te zijn, wordt ze ondergebracht in de chique Raadkamer. Hoewel niet als cel bedoeld is ook de Raadkamer goed beveiligd. De ramen zijn voorzien van tralies en houten luiken, die ook nog eens met ijzeren banden kunnen worden dichtgezet.

De ‘markiezin’ krijgt regelmatig bezoek. Eén van haar bezoekers kan het niet laten om de cipier belachelijk te maken. Hij noemt zichzelf Sint Hyacinthe: een katholieke heilige die volgens de legende in de dertiende eeuw een Mariabeeld hielp ontsnappen bij de aanval op een kerk in Kiev. Deze hint ontgaat de cipier in het protestantse Holland echter. In die vroege ochtend in 1722 ontdekt hij dat de tralies en de luiken van de Raadszaal met een zaag en een sterk zuur zijn vernield. Van de markiezin geen spoor meer.

Een arsenaal aan gereedschappen onder vrouwenrokken

Vluchten ging niet altijd volgens plan. Geregeld werden uitbraakpogingen ontdekt. Zoals bij Maurits Gardiner, een Engelsman die in 1627 in de IJzerkamer opgesloten zit. Een van zijn bezoekers, Sara Loquini, besluit hem te helpen ontsnappen. Binnen drie weken smokkelt ze een heel arsenaal gereedschappen naar binnen: drie boren, twee breekijzers, een beitel en touw. Bij een volgend bezoek breekt de scherpe blik van de cipiersvrouw haar op: zij en een vriendin moeten zich in de keuken laten onderzoeken. De vriendin heeft een groot breekijzer onder haar rokken, Sara zelf een nijptang. Zo wordt Garniners hele voorraad vluchtgereedschappen ontdekt. Game over…

Andere verhalen