Ocker Repelaer: landverrader of held? Over de staatsgevaarlijke manoeuvres van een 18de-eeuwse diplomaat

Een bijzondere groep gevangenen waren zij die vanwege misdrijven tegen de staat werden opgepakt. Politieke gevangenen, beschuldigd van landverraad. In de 17e en 18e eeuw overkwam dit mensen die betrokken waren bij de strijd tussen de aanhangers van de stadhouder en de Staatsgezinden. Zoals Ocker Repelaer, diplomaat in oorlogstijd.

Ridderkamer, Museum de Gevangenpoort. Foto: Kees Hageman
Portret van Ocker Repelaer rond 1810, 1894-1898, collectie Gemeentelijke Prentverzameling Dordrecht

Waarom de regent Ocker Repelaer achter de tralies verdween

Ocker Repelaer van Driel (1759-1832) komt uit een Dordtse regentenfamilie, zijn vader was burgemeester. Zelf wordt hij ook een bestuurder van formaat. Maar zijn carrière verloopt niet zonder slag of stoot: Repelaer wordt speelbal van de interne politieke ontwikkelingen. In Holland woedt rond 1800 een soort burgeroorlog. Twee partijen staan elkaar naar het leven:

  • de aanhangers van het Oranjehuis, de Prinsgezinden, waartoe Repelaer behoort
  • de Patriotten of Staatsgezinden, die meer vrijheid voor de burger willen.

De laatsten krijgen het na de komst van de Bataafse Republiek in 1795 voor het zeggen. Repelaers diplomatieke rol brengt hem nu in levensgevaar.

In de Ridderkamer van de Gevangenpoort

Als aanhanger van stadhouder Willem V was Repelaer een paar keer als buitengewoon gezant naar Frankrijk gereisd om daar een verzoening tussen de Patriotten en de Prinsgezinden tot stand te brengen. Maar in de Bataafse Republiek wordt dat als verraad gezien. Dat Repelaer contact blijft onderhouden met de naar Engeland gevluchte stadhouder doet de deur dicht. Hij wordt opgepakt en opgesloten in de Gevangenpoort. Als deftig en vermogend heer wordt hij niet bij het gewone volk in een donkere cel gestopt, maar krijgt hij de chique Ridderkamer toegewezen. Bovendien voorziet de cipier hem van brandstof, verlichting en goede maaltijden.

Dagboek

In zijn cel houdt Ocker Repelaer een dagboek bij. Op 1 januari 1796 geeft hij lucht aan zijn bange voorgevoelens:

‘Een nieuw jaar, waarschijnlijk nog noodlottiger voor mij, is begonnen. Wat zal hetzelve voortbrengen? Zal ik een schandelijke schavotdood ondergaan? Of wel zal ik eene smadelijke en onteerende publieke straffe lijden?’

Repelaer is voorbereid op de dood. Hij schrijft de tekst die op zijn grafsteen gebeiteld moet worden en geeft die mee aan zijn grootvader, als die hem in de Gevangenpoort bezoekt.

Berechting en eerherstel

Geen wonder dat Repelaer somber is gestemd: de rechters eisen de doodstraf. Het proces sleept zich echter voort en in 1797 wordt de geëiste doodstraf omgezet in vier jaar gevangenisstraf. Repelaer wordt overgebracht naar het kasteel van Woerden. Eenmaal weer op vrije voeten in 1801 kan hij zijn carrière voortzetten. Nadat het Oranjehuis weer in ere is hersteld, treedt Repelaer onder koning Willem I aan als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. In 1818 wordt hij zelfs benoemd tot minister van Staat en beloont de koning zijn trouwe dienst aan het koningshuis door hem in de adelstand te verheffen. Hoe anders was zijn lot geweest als de Patriotten de strijd om de macht hadden gewonnen…

Andere verhalen