Geld, status en macht leidde ook in de Gevangenpoort tot klassenjustitie

In dit land hebben we allemaal dezelfde rechten. Althans: zo staat het in de Grondwet. Maar de praktijk is weerbarstig. Wie geld heeft, kan makkelijker een goede advocaat inhuren en heeft zo een grotere kans op geen of minder straf. Mensen met een baan blijken voor dezelfde overtreding of misdaad minder vaak gevangenisstraf te krijgen dan werklozen. ‘Klassenjustitie’, klinkt dan het verwijt, ‘middeleeuwse toestanden!’.

Ridderkamer, cel voor de rijken. Foto: Kees Hageman
Personificatie van Rechtvaardigheid (Justitia), Jacob de Gheyn (II) (atelier van),1598, Rijksmuseum
Vier mensen op een brandstapel, anoniem, naar Jacob van der Ulft, 1652-1738, Rijksmuseum
Gajool. Foto: Museum de Gevangenpoort

Als ‘gewone man’ riskeerde je ongedierte en pijnlijke infecties

Klassenjustitie en de middeleeuwen: ze horen inderdaad bij elkaar. Klassenjustitie was ooit heel gewoon. Het principe van gelijkheid zoals dat nu in onze grondwet is vastgelegd, kende men vroeger niet. Dronkenlappen, bedelaars en oproerkraaiers verbleven in afwachting van hun straf in koude en donkere cellen. Water en brood, meer kregen ze niet. Dat gold ook voor verdachten van moord, valsemunterij en verkrachters. IJzeren boeien veroorzaakten pijnlijke wonden. Door ontlasting, ongedierte en rottend stro in de cellen was de kans op infecties groot. De onrustzaaiers koelden door die paar weken (letterlijk) vaak af.

Criminelen kwamen door hun afschuwelijke tijd in het gajool soms al tot een bekentenis nog voordat hen het vuur aan de schenen was gelegd.

‘Respectabele lieden’ zaten er vaak warmpjes bij

Voor opgepakte stadsbestuurders en edellieden golden heel andere regels. Zij zaten, vaak als politieke gevangene, in een luxe cel: de Ridderkamer, de Vrouwenkamer of de IJzerkamer. Voor Abraham De Wicquefort werd zelfs een eigen cel gebouwd. Tegen betaling konden deftige lieden bij de cipier maaltijden bestellen. Via de cipier lieten ze grote manden turf aanrukken voor het haardvuur en kaarsen als verlichting. Soms werden ze op hun erewoord of tegen betaling van een borgsom uit de gevangenis ontslagen en hoefden ze alleen tijdens hun proces te verschijnen. Dat had voor de cipier weer voordelen: zo bleven de cellen beschikbaar voor andere arrestanten.

De een eindigt op de brandstapel, de ander komt vrij dankzij een rijke vader

Vaak werden mensen van lage komaf in eenzelfde misdrijf hardhandig aangepakt of uit de weg geruimd, terwijl hoge lieden vrijuit gingen. Zoals het dienstmeisje Heylkyn en haar heer Jacob van Groesbeeck in 1445. Heylkyn wordt opgepakt omdat ze de vrouw van Jacob zou hebben geprobeerd te vergiftigen. Als ze wordt gemarteld tijdens haar verhoor bekent ze dat haar heer ervan weet. Die ontspringt echter de dans en kiest op tijd het hazenpad. Zijn vader weet later door het betalen van een forste boete gratie voor hem te verkrijgen. Heylkyn eindigt haar leven echter op de brandstapel. Dit soort duidelijke gevallen van justitieel onrecht kennen we dankzij onze huidige rechtstaat niet meer. Maar de recente krantenkoppen over vermeende klassenjustitie maken duidelijk dat de rechtstaat nog altijd niet voor iedereen lijkt te gelden.

Andere verhalen