Over een ruwe roofmoord die leidde tot de meest wrede doodstraf: Jan van Wely

De roofmoord op de Amsterdamse juwelier Jan van Wely geldt als een van de meest sensationele misdaden van de zeventiende eeuw. De daders kregen de pijnlijkste en meest onterende straf uit die tijd: radbraken tot de dood erop volgt. Waarom zo’n afgrijselijke straf? Om de samenleving tegen hen te beschermen. Maar vooral om als overheid je burgers een lesje te leren: ‘Waag het niet dit óók te doen’!

Hollandse School, collectie Haags Historisch Museum

Hoe kamerheer en lijfwacht de juwelier van Prins Maurits vermoorden

Twee leden van de hofhouding van prins Maurits, kamerheer Jean de Paris en lijfwacht Jean de la Vigne, bereiden hun plan goed voor. De Paris nodigt de juwelier uit op het Binnenhof: de prins zou enkele juwelen willen zien. Terwijl de kamerheer het slachtoffer afleidt, gaat de lijfwacht achter hem staan en schiet de nietsvermoedende koopman door het hoofd. Van Wely is echter niet meteen dood - hij staat na een tijdje zelfs op van zijn stoel! Jean de la Vigne steekt met een van prins Maurits gestolen dolk op hem in. Nog stééds ademt de juwelier. Dan wurgen ze hem.

Ze gooien het lijk in de asput, vlak bij nu de Tweede Kamer

Wat nu te doen met het lijk? Dat willen De Paris en De la Vigne begraven op het Akerland, een strook grond tussen het Binnenhof en het tegenwoordige Plein. Omdat ze geen bootje hebben besluiten ze Van Wely in de asput te gooien, vlakbij waar nu het Tweede Kamer gebouw staat. Onopgemerkt slepen ze het lijk door de gebouwen van het Binnenhof naar de vuilstort. De volgende morgen vindt een oplettende vuilnisman het lijk, wie de daders zijn is vooralsnog een raadsel.

Veroordeeld tot de pijnlijkste doodstraf: radbraken

Zoals wel vaker gebeurt, worden ook deze moordenaars overmoedig. Ze beramen een nieuwe diefstal. Ditmaal hebben ze het op de Griffier gemunt. Maar een derde medeplichtige verraadt het plan. Bij hun verhoor komt al snel ook de moord op Jan van Wely ter sprake. De beide daders bekennen uiteindelijk.

Op 16 mei 1616 worden ze veroordeeld om op het Groene Zoodje te worden geradbraakt tot de dood erop volgt.

Dit is veruit de pijnlijkste doodstraf en wordt maar zelden uitgevoerd. De Paris en De la Vigne worden op een bank gelegd en hun lichaam wordt vanaf hun benen naar boven met een knuppel verbrijzeld. Op radbraken ’van bovenaf’, een zo mogelijk iets mildere variant, hebben deze genadeloze moordenaars geen recht.

Een moord die nog altijd leest als een stripverhaal

De roofmoord maakte op tijdgenoten grote indruk – zoals rechters het ook bedoeld hadden. Dat blijkt uit verschillende prenten, die zelfs jaren na de gebeurtenis nog gretig aftrek vonden. In het Haags Historisch Museum is een schilderij uit 1639 te zien dat is gebaseerd op een van die prenten. Het toont de misdaad en de straf als een soort stripverhaal. Centraal staat de moord op de juwelier. Rechts op de achtergrond begraven de twee samenzweerders het lichaam van Van Wely. Links daarvan is het lot van de misdadigers verbeeld: nadat ze geradbraakt waren, werden hun lichamen door de spaken van een wagenwiel gevlochten en op het galgenveld tentoongesteld.

Andere verhalen