Boeven zijn ook mensen: waarom het stafrecht in de loop der eeuwen steeds humaner wordt

Martelen, vernederen, verminken. Ze komen niet voor in het Nederlandse strafrecht. De martelwerktuigen in de Gevangenpoort vertellen hoe anders we vroeger met verdachten en straffen omgingen.

Enkelboei, collectie Museum de Gevangenpoort
Rasp- of Tuchthuis, Caspar Luyken, 1711, Rijksmuseum

Drinken tot je overlijdt

In afwachting van hun straf werden verdachten achter tralies gezet, bijvoorbeeld in de Gevangenpoort. Een beroemde gevangene is Catharina le Chasseur (circa 1490-1541). Zij wordt betrapt op valsemunterij en ter dood veroordeeld. Door haar huwelijk met Gerrit van Assendelft, edelman en president van het Hof van Holland, wordt haar een oneervolle openbare terechtstelling bespaard. In plaats daarvan krijgt ze verdrinking als straf – ook bepaald geen pretje. Vastgebonden op de pijnbank en met hulp van een trechter op haar mond moet ze water drinken tot ze overlijdt.

Nadenken over het doel van straffen

Straffen waren in de middeleeuwen bedoeld als afstraffing. Het publiek mocht daar volop van meegenieten. Sterker nog: in het openbaar vernederd worden was onderdeel van de straf. In de loop van de eeuwen zijn we steeds meer gaan nadenken over het doel van straffen. Coornhert, in 1567 zelf ook opgesloten in de Gevangenpoort, schreef er zijn beroemd geworden Boeventucht (1587) over. Hij stelt als eerste voor misdadigers dwangarbeid te laten verrichten in plaats van te verminken of vermoorden. Boeven opsluiten maakt dat ze geen nieuwe misdaden kunnen plegen. Hen als straf daarbij te laten werken brengt bovendien geld op. Het gaat Coornhert vooral om het nut voor de maatschappij. Vanaf nu worden veroordeelden tewerk gesteld in tuchthuizen: mannen in rasphuizen en vrouwen in spinhuizen.

Weer kunnen meedoen in de samenleving

Door de komst van de Verlichting komt meer aandacht voor het nut van straffen voor de dader zelf. Boeven moet discipline worden bijgebracht. Alleen zo kunnen ze later weer terugkeren in de samenleving. Verlichtingsfilosofen pleiten voor het straffen van de geest in plaats van het lichaam. Toch duurt het nog lang voor iedere vorm van marteling wordt afgeschaft. Na de afschaffing van brandmerken en geseling (1854) en de doodstraf (1870) blijft langdurige gevangenisstraf als enige hoofdstraf over bij zwaardere delicten.

Het historische verhaal van De Gevangenpoort, die begin 19e eeuw zijn deuren sluit als gevangenis, gaat geleidelijk over in dat van Gevangenismuseum Veenhuizen als voormalige strafkolonie.

Steeds meer aandacht voor de dader

De humanisering van het strafrecht gaat tot op de dag van vandaag door. In de ontwikkeling van het gevangeniswezen sinds de 19e eeuw is steeds meer aandacht voor resocialisatie: de terugkeer van de dader in de maatschappij. Delinquenten krijgen de kans binnen de muren van de gevangenis te werken en opleidingen te volgen. Ze mogen met verlof. De duimschroef van destijds heeft plaats gemaakt voor de enkelband van nu.

Andere verhalen