Hoe de Gevangenpoort Coornhert inspireerde tot zijn boek Boeventucht

Crimineel word je niet zomaar. En hoe kom je er weer vanaf? In de middeleeuwen dacht men daar niet over na. De straffen waren vaak gruwelijk en lieten voor altijd hun sporen na – als je ze al overleefde. Dirck Volkertszoon Coornhert (1522-1590) is de eerste die zich afvraagt wat de oorzaken zijn van criminaliteit. En wat de gevolgen zijn van straffen. Aanleiding daarvoor is zijn eigen opsluiting in de Gevangenpoort.

Portret van Dirck Volckertsz Coornhert, Cornelis van Haarlem, 1586-1588, collectie Frans Hals Museum
Portret van Dirck Volckertsz Coornhert, Hendrik Goltzius, 1591-1592, Rijksmuseum

Waarom Dirck Volckertszoon Coornhert gevangen wordt genomen

Het is 1566, de Beeldenstorm barst los. De Noordelijke Nederlanden verkeren op de rand van burgeroorlog. Religieuze spanningen, gevoed door hoge belastingen en hongersnood, leiden tot grote haat tegen de Katholieke Kerk en tegen het Spaanse schrikbewind. Overal heerst anarchie. Het is in deze tijd dat de geleerde Coornhert in de Gevangenpoort wordt opgesloten, op verdenking van ketterij.

Coornhert verblijft in de Ridderkamer. Hij wordt ervan verdacht de Beeldenstormers te ondersteunen. Dat is niet helemaal onwaar. Hij is bevriend met Willem van Oranje die de opstand tegen de Spanjaarden leidt. Bovendien is hij bij een debat tussen katholieke priesters en gereformeerden geweest, over de erfzonde. Die gaat over de slechtheid van de mens. Coornhert gelooft juist in de goedheid van mensen en in de vrije wil. Katholiek of protestant, dat maakt hem niet uit. Het gaat Coornhert om tolerantie, om godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid.

Geïnspireerd door het gejammer van de gevangenen in de gajolen

Bij zijn eerste verhoor moet hij zijn activiteiten rond de ‘nyeuwe religie’ opbiechten. Maar hij geeft niet toe. In afwachting van zijn tweede verhoor schrijft hij verschillende teksten om zijn onschuld te bewijzen. De rechters zijn onder de indruk en komen niet tot een vonnis.

Intussen schrijft Coornhert de eerste versie van Boeventucht, onder de naam ‘Discours onder verbeteringen van den verstandigen’.

Waarschijnlijk wordt hij mede geïnspireerd door het gejammer van de gevangenen in de gajolen, dat ook in zijn eigen, luxe cel te horen is. Het dertig pagina’s tellende boekje gaat over de beste manier waarop misdadigers gestraft kunnen worden.

Dwangarbeid werkt veel beter dan oren afsnijden

De misdaad waar Coornhert het over heeft, is ‘leegloperij’: niets doen, werkloos zijn. Daar moet streng tegen worden opgetreden, omdat het leidt tot diefstal en roofmoord. De oplossing, volgens Coornhert: zware dwangarbeid in de vorm van werkstraffen in tuchthuizen, desnoods levenslang. Dat houdt misdadigers van de straat én levert geld op. Dit werkt veel beter dan mensen aan de schandpaal nagelen of oren en vingers afsnijden, want daarmee vervallen ze van kwaad tot erger. Je moet misdadigers straffen, maar ook voorbereiden op hun terugkeer in de maatschappij, meent Coornhert. Boeventucht wordt in 1587 voor het eerst gepubliceerd. Kort na Coornherts dood, in 1590, worden in verschillende steden tucht- en werkhuizen ingericht.

Zo’n vierhonderd jaar later…

Sinds Dirck Volckertszoon Coornhert laait de discussie over straffen en terugkeer van gedetineerden in de samenleving voortdurend weer op. De inzichten hierover veranderen telkens. Zo werden gevangenen in de negentiende eeuw juist eenzaam opgesloten en mochten ze maar een uur per dag uit hun cel. Daardoor draaiden ze soms volledig door. Inmiddels is er veel verbeterd. Huisvesting, werk en inkomen of een uitkering, medische en psychische zorg en hulp bij het regelen van eventuele schulden: de gevangene van nu heeft er allemaal recht op. Maar de roep om strenger straffen klinkt steeds vaker, zéker wanneer er onschuldige slachtoffers vallen.

Andere verhalen